|
Wetenschappelijk onderzoek
1. Het Goddelijk mysterie
2. Slaaplaboratoria
3. Vijf cycli
4. Geen tijdelijke dood
Slaap is een verteren van zintuiglijke indrukken
Novalis, duits dichter 18de eeuw |
1. Het Goddelijk mysterie
Slaap als wetenschap is eigenlijk vrij jong. Vóór de negentiende eeuw was slaap eerder een niet te bespreken goddelijk mysterie. Verder dan constateren dat slaap werd veroorzaakt door een te copieuze maaltijd of het gissen door alchemisten dat lichaamssappen en dampen slaap verwekten en gebrek aan slaap de hersenen deed opdrogen kwam men eigenlijk nooit.
“Wat doet ons slapen?”, “Hoe slapen wij?”, “Wat gebeurt in ons tijdens de slaap?” wordt pas sinds de eerste electrofysiologische studies wetenschappelijk onderzocht. Pas sinds de eerste helft van vorige eeuw onderzoeken fysiologen, biochemici en neuropsychiaters wat slechte slapers kan doen slapen en waarom een mens moet slapen.
50 jaar studie hebben wel al barbituraten, benzodiazepines en non-benzodiazepine hypnotica opgeleverd maar helaas nog niet de ideale slaappil. Wat doet ons slapen, wat gebeurt er in onze dromen? We weten het nog niet. Wat we wel weten op vandaag is wat er met ons lichaam gebeurt tijdens de slaap en tot wat slaapgebrek kan leiden.
top
2. Slaaplaboratoria
Sinds Nathaniel Kleitman, professor in de fysiologie aan de universiteit van Chicago, aan de hand van een electro-encephologram de verschillende hersengolven tijdens onze slaap optekende, terzelvertijd met een electro-myogram onze spierspanningen mat en een electro-oculogram de oogbewegingen in de REM slaap optekende, kan onze slaap worden uitgeprint en worden vergeleken. In slaaplaboratoria werden proefslapers met deze 3 meetuitrustingen te slapen gelegd en nauwkeurig bestudeerd.
top
3. Vijf cycli
Een polysomnografie leert ons dat we tijdens de slaap nog zeer actief bezig zijn. Deze activiteit kan voor iemand die van pakweg 11 u 's avonds tot 7 u 's morgens slaapt, onderverdeeld worden in 5 verschillende cycli van telkens ongeveer anderhalf uur.
Deze cycli verschillen naar inhoud van mekaar, we onderscheiden verschillende fases in een cyclus. Fases bevatten hoofdzakelijk diepe slaap, REM (Rapid Eye Movement), droomslaap en niet herstellende waakslaap. Een normale volwassen slaap zonder intern of extern storende factoren ziet er dus ongeveer zo uit:
Eerste cyclusfase 0: we slapen in
| fase 1 |
niet meer bewust van de omgeving |
| fase 2 |
(11u-12u30) wegzakken in een diepere slaap, spierontspanning |
| fase 3 |
diepere slaap
hersengolven krijgen een lagere frequentie en hogere amplitude
electro-myogram inactief |
| fase 4 |
diepe slaap met alfagolven
frequentie 10 hertz en amplitude 50 microvolt
electro-myogram inactief
|
| REM slaap |
Rapid Eye Movement
electro-oculogram meet oogbewegingen
zeer korte overgang naar beta hersengolven met hoge frequentie en weinig amplitude |
Tweede cyclus (12u30-2u)
| fase 1 |
skeletspieren actief, eventueel keren, electrone myogram actief |
| fase 2 |
spierontspanning en overgang naar |
| fase 3 |
diepere slaap, geen spierspanning |
| fase 4 |
diepere slaap, geen spierspanning |
| REM slaap |
iets langer dan in de eerste cyclus |
Derde cyclus
| fase 1 |
actieve electromyogram, keren |
| fase 2 |
wat langer om diepe slaap te bereiken |
| fase 3 |
minder diepe slaap, geen spierspanning |
| fase 4 |
wordt bijna of niet meer bereikt |
| REM slaap |
veel meer REM slaap, geen spierspanning |
Vierde cyclus
| fase 1 |
actieve spieren, keren
alerter voor prikkels |
| fase 2 |
|
| fase 3 |
we bereiken nog met moeite |
| fase 4 |
we bereiken niet meer
REM zeer actieve beta golven
overheerst de vierde cyclus skeletspierverlamming |
Vijfde cyclus (5-7u)
| fase 1 |
spierspanningen nemen toe, actiever keren, alert voor prikkels |
| fase 2 |
wordt bijna niet meer bereikt |
| fase 3 |
wordt bijna niet meer bereikt |
| fase 4 |
|
| REM |
overheerst deze cyclus volledige skeletverlamming ontwaken |
top
4. Geen tijdelijke dood
Wat dus opvalt is dat diepe slaap afneemt naar de morgen toe en REM droomslaap toeneemt.
Ook valt op dat tijdens diepe slaap en droomslaap geen spierspanning optreedt. Wetenschappers onderscheiden REM en niet-REM slaap.
80 % van onze slaap is niet-REM en van de niet-REM slaap is 25 % diepe slaap. Hogere frequentie en lagere amplitude in de hersengolven wijzen op zeer sterke hersenactiviteit zoals tijdens de dag. De lagere alfa golven wijzen op een ander type van hersenactiviteit.
Slapen is dus duidelijk niet een tijdelijk dood zijn maar een actief proces waar we zelfs blijven zien, horen, voelen maar op een veel lager niveau. Wat weet de slaapwetenschap over deze diepe slaap en onze REM slaap? Waarom zijn die zo belangrijk voor onze gezondheid?
top
|
|